Niet vóór, maar náást de bewoner

Hoe GGZ-agogen het verschil maken in complexe zorg

Binnen Salios werken op verschillende locaties GGZ-agogen: professionals met een achtergrond in Social Work die zich hebben gespecialiseerd in gedrag. Je vindt ze onder andere binnen de specifieke doelgroepen gerontopsychiatrie+ (GP+), Korsakov en dementie op jonge leeftijd. Maar wat doen zij precies? En waarom zijn ze zo belangrijk?

We spraken hierover met Smahane Mekdad (GGZ-agoog bij REC GP+ Dubbelsteyn), Monique van Putte (zorgcoördinator en GGZ-agoog in opleiding bij REC Korsakov het Dijckhuis) en Gea Kosters (beleidsadviseur bij Beroepsvereniging voor Sociaal Werkers).

“Niet vóór, maar náást de bewoner”

Smahane en Monique vatten hun manier van werken kort samen:
“Niet vóór, maar náást de bewoner.”

Ze kijken met een andere blik naar bewoners dan veel andere zorgverleners. Ze kijken niet alleen naar wat iemand doet, maar gaan ook op zoek naar de reden waarom iemand bepaald gedrag laat zien. Welke behoefte zit eronder? Wat heeft iemand meegemaakt? En wat speelt er in de omgeving?

Die manier van kijken helpt om bewoners beter te begrijpen én beter te begeleiden.

Gedrag is nooit zomaar gedrag

In de ouderenzorg is steeds meer aandacht voor kwaliteit van leven, persoonsgerichte zorg en welzijn. Dit sluit aan bij het Generiek Kompas, waarin kwaliteit van leven, eigen regie en netwerkgericht werken centraal staan.

Bij de doelgroepen GP+ en Korsakov is dit extra belangrijk. Het gedrag van bewoners kan soms moeilijk te begrijpen zijn. Denk aan onrust, boosheid, terugtrekken of herhalend gedrag. De problemen van bewoners zijn vaak complex en hun sociale netwerk is meestal niet sterk. Daarom is specifieke kennis nodig om te achterhalen waar gedrag vandaan komt, zoals iemands behoeften, verleden en omgeving, en dat vervolgens ook te koppelen aan een aanpak voor de bewoner, diens omgeving en het team.

Volgens de agogen is gedrag nooit zomaar gedrag.

Gea Kosters (Beroepsvereniging voor Sociaal Werkers) zegt hierover:
“Juist door te analyseren wat eronder ligt, kun je gedrag begrijpen en ontstaat er ruimte om anders te handelen, of de omgeving aan te passen. Het kenmerkt sociaal werkers dat hun perspectief altijd is ‘in wisselwerking met de omgeving’.”

Een voorbeeld: een bewoner wordt plotseling boos. In plaats van alleen te reageren op het gedrag, kijken agogen verder. Is er sprake van overprikkeling? Te veel geluid of drukte? Door dit te herkennen, kan de aanpak worden aangepast en ontstaat er meer rust.

Tussen zorg en behandeling in

Agogen maken deel uit van het zorgteam, maar hebben een eigen rol. Ze nemen geen zorgtaken over, maar kijken, observeren en analyseren.

Juist doordat zij veel aanwezig zijn in het dagelijks leven van bewoners, zien zij dingen die anderen soms missen. Ze vormen een brug tussen behandeling (bijvoorbeeld door een psycholoog) en de dagelijkse praktijk.

Smahane legt uit: “Ik overleg wekelijks met de psycholoog. Soms ziet een bewoner de ene week de psycholoog en de andere week mij. De psycholoog zet een richting of interventie uit, die ik vervolgens vertaal naar de dagelijkse praktijk. Dat kan via gesprekken of creatieve werkvormen, zoals het maken van een plakboek met positieve herinneringen.”

Gea Kosters benadrukt het belang van deze rol: “Op het moment dat agogen volledig meedraaien in de zorg, verlies je die overstijgende blik. “Als je het werk van agogen alleen ziet als ‘meer tijd hebben’, doe je hun vak tekort.”

Welzijn is geen extraatje

Welzijn wordt in verpleeghuizen steeds vaker gezien als onderdeel van het werk van het hele team. Maar dat brengt ook risico’s met zich mee: als iedereen verantwoordelijk is, voelt soms niemand zich echt eigenaar. Agogen zien welzijn als een vast onderdeel van goede zorg. Het vraagt tijd, aandacht én deskundigheid.

Monique geeft een mooi voorbeeld: “Een investering van een half uur in een individuele activiteit kan de hele avond rust geven.”  Achter zo’n activiteit zit een bewuste keuze. Het doel is altijd: bijdragen aan kwaliteit van leven.

Soms zie je het effect niet meteen, zegt Monique: “In het begin zie je het niet altijd, maar op een gegeven moment merk je wanneer iets dat je doet écht verschil maakt in iemands leven.”

Collega’s ondersteunen en versterken

De rol van de agoog stopt niet bij de bewoner. Ze ondersteunen ook collega’s in het team. Dat doen ze door mee te kijken op de afdeling, gedrag samen te analyseren en praktische tips te geven. Ook geven ze trainingen en coaching.

Zo helpen ze collega’s om anders naar gedrag te kijken en beter om te gaan met moeilijke situaties. Dat zorgt voor meer rust op de afdeling en een beter leefklimaat.

Het netwerk herstellen

Binnen Salios is er veel aandacht voor ‘Samenzorg’: samenwerken met familie en het sociale netwerk van de bewoner. Maar bij doelgroepen zoals Korsakov en GP+ is dat netwerk vaak kwetsbaar. Familie kan overbelast zijn of contact is soms verloren gegaan.

Agogen helpen om dit netwerk voorzichtig te herstellen, als dat mogelijk is. Dat vraagt tijd en aandacht. Niet iedereen wil of kan contact, maar als het lukt, kan het veel betekenen voor de bewoner.

Een vak in ontwikkeling

Het vak van GGZ-agoog is volop in ontwikkeling. Zowel binnen Salios als landelijk wordt steeds meer samengewerkt en kennis gedeeld. Er is vanuit de Beroepsvereniging landelijk een breed netwerk van sociaal werkers in de ouderenzorg, waarin wordt verkend hoe deze expertise van het sociaal werk zich verder kan ontwikkelen. Ook binnen de leden van het Korsakov Kenniscentrum en de Vereniging voor Gerontopsychiatrie en binnen Salios zijn er vakgroepen waarin agogen ervaringen uitwisselen. Eén ding wordt steeds duidelijker: in een zorgwereld die steeds complexer wordt, zijn professionals nodig die verder kijken dan gedrag alleen.

GGZ-agogen maken het verschil door gedrag beter te begrijpen, collega’s te ondersteunen en verbinding te herstellen. Of zoals zij het zelf zeggen:
niet vóór, maar náást de bewoner.